Het onzichtbare zien - www.plusjeklas.nl

Het onzichtbare zien

Het onzichtbare zien

13:00 uur, ik stap de deur uit, Bonje in mijn kielzog. Tijd om onze Friese Stabij-pup uit te laten. Al snuffelend, springend en sporen achterlatend doorkruist hij de stoepen en bospaden. Trekkend aan de riem irriteer ik me af en toe lichtelijk, ik heb nog werk te doen en had gehoopt dat die puppycursus toch iets meer ‘goed hondengedrag’ zou hebben opgeleverd. Dat bonje iets minder zijn naam eer aan deed en met mij in de pas zou lopen. 

Maar, 

wat als dat uit de pas lopen heel nuttig blijkt te zijn? 

We kennen de momenten allemaal wel. Iemand werkt niet mee, een starend kind, een afgeleide leerling, de druktemaker…

We zien iemand iets doen wat we niet passend vinden, wat op dat moment niet zo goed uitkomt voor ons. We gaan trekken, willen iemand meekrijgen, terug in de pas. We zien niet wat de ander ziet, hoort, ruikt, voelt of proeft. We zien het niet, dus het is er niet, zo denken we. 

Wat als dat onzichtbare misschien wel iets potentieels heel waardevols in zich heeft? Die starende leerling, die bestudeert hoe een vlieg werkt en beweegt. De druktemaker, die altijd weer nieuwe ideeën in werking zet. Die leerling die zijn rekensommen niet uitschrijft volgens de gebruikelijke route, die misschien een vaardigheid ontwikkelt die wij niet kennen, die buiten onze systemen vallen. 

Door stil te staan bij wat er gebeurt, probeer ik de pas van mijn leerlingen te volgen. Met vragen of observatie probeer ik een stukje van dat onzichtbare zichtbaar te maken. De rest mag van mij onzichtbaar blijven. Misschien kunnen we het nog niet weten, maar hoeven we alleen maar te beseffen dat het er kán zijn.

Stilstaan, verdiepen, verwonderen, het onzichtbare waarde geven: beseffen dat iets onzichtbaars in potentie briljant kan zijn.

Daarom sta ik die middag even écht stil. Ik zie onze hond Bonje snuffelen. Ik zíe. Hij ruíkt. Wat levert hem dat op, wat brengt het hem, waarom doet hij dit, precies hier en precies zo? Ik weet het niet, ik kan het niet zien. Misschien volgt hij een spoor, een voorganger die wat achter liet, misschien hoort hij een beestje, misschien ontwikkelt hij zijn reukzin om een goede jager te worden. Ik zíe het niet, maar blijkbaar ís het er voor hem wel… Is er iets wat hij fascinerend en interessant lijkt te vinden.

Ik blijf staan, zie zijn interesse, ik geef hem tijd, bedenk dat het voor hem misschien nuttig is om zich zo te gedragen….

De rest van onze tochtjes verlopen aanzienlijk makkelijker. We zijn beter op elkaar ingespeeld. Bonje trekt beduidend minder. Ik krijg hem mee wanneer ik er aan toe ben, hij laat mij staan wanneer hij daar aan toe is.

Het onzichtbare verbindt.